© 1997-2010 A.J. Venema Geoptimaliseerd voor 800x600+


1.   De bal opnemen en er rustig mee naar de baan lopen.
2.   Links of rechts naast de baan gaan staan, voeten evenwijdig naast elkaar en evenwijdig ten opzichte van de baan.
3.   We leggen de bal op de baan.
4.   Buigen ons wat voorover en iets door de knieën, zodanig dat we met gestrekte arm de bal goed kunnen vast pakken.
5.   We plaatsen de duim in het gat, vingers gestrekt naast elkaar naar beneden er onder.
6.   We zorgen dat het richtteken recht vooruit wijst.
7.   We tillen de bal enkele cm van de baan omhoog en herhalen dit om te voelen of de bal goed in de hand ligt.
8.   We plaatsen nu de bal op de rand van de baan.
9.   We gaan ons instellen op de worp.
10. We kijken over de rollijn van de bal naar de kegels en houden het punt waar we de bal willen loslaten goed in het oog.
11. Tillen de bal enkele cm boven de baan.
12. Brengen de gestrekte arm naar achteren met de bal in de hand.
13. Zwaaien de arm gestrekt en evenwijdig boven de baan voor waarts en maken daarbij enkele passen in dezelfde richting.
14. Zorgen bij het stappen dat ons lichaam dezelfde stand behoudt.
15. Laten de bal in vloeiende lijn op de baan komen, voor de afgooistreep.
16. Laten de bal los op het in gedachten genomen punt op de baan op het moment dat de gestrekte arm recht naar beneden wijst.
17. Na het loslaten van de bal blijft de Linker-of de Rechterarm de bal na wijzen in de gooirichting.
18. Na het loslaten van de bal lopen we enkele passen, tot de uitlooplijn op de vloer, mee in de gooirichting evenwijdig aan de baan.
19. We blijven nadat we tot stilstand zijn gekomen de bal volgen.