1997 tot nu kcnooitgedachtdieren@kegelen.net Geoptimaliseerd voor 800x600+

 

Kegelspel uitleg

"Als men een rechtshandige werper is, stelt men zich links aan het einde van de baan op.
"Met beide voeten op gelijke hoogte staat men naast de baan "De knien worden iets
doorgebogen. "De bal op de baan plaatsen en controleren of het juiste punt van de bal
in de richting van het plateau wijst, waarop de kegels staan. "Van groot belang is het, dat
de bal losjes in de hand wordt gehouden. Een krampachtig vasthouden van de bal is nadelig
voor het neerzetten en maakt een goede prestatie onmogelijk.
 
"Het lichaam moet in een rechte lijn evenwijdig met de baan zijn. Langs de baan kijkend
ziet men een zwarte kant aan de baan als een rechte streep. Staat men scheef, dan is het
niet mogelijk de bal langs die streep rechtuit te werpen.
 
De start, de aanloop en het loslaten van de bal


 
Het eerste kootje van de duim wordt in het duimgat geplaatst en de overige vingers
worden tegen elkaar losjes op de bal geplaatst.
Probeer door het optillen van de bal vast te stellen of men de bal in de juiste greep heeft.
Dat optellen gebeurt vanuit de schouder met een gestrekte arm, zodat de bal aan de arm
hangt.
 
Als het opzetpunt kiest men 30 cm voor de rode streep en 6 cm uit de kant van de baan.
De ogen blijven gericht op dat punt en men neemt drie passen. De gestrekte arm maakt dan een
slingerbeweging vanuit de schouder.  
Is de hand dan boven het opzetpunt, dan de bal loslaten en de pols licht naar links bewegen.
De bal zal dan een licht draaiende en voortgaande beweging maken. Na het loslaten van de
bal zal men drie of vier passen meelopen om de rechte loop van de bal te bevorderen.
Dit laatste is gewoon noodzakelijk om een goed resultaat te behalen.  
 
De correctie van de loop van de bal  op de baan
 
Als de bal niet goed heeft gelopen, dient men te weten wat de oorzaak daarvan is.
Loopt de bal naar buiten, dan is deze te ver van de rand (te breed) opgezet en/of heeft
teveel effect gekregen. Dit is als volgt te corrigeren:
 
1. De bal meer naar de rand opzetten (scherper zetten).
2. Minder effect geven.
3. Het zwaartepunt van de bal iets verdraaien, waardoor de bal minder snel van de baan valt.
4. De bal bij het aangenomen opzetpunt loslaten.
 
Loopt de bal naar buiten, dan is of de bal te dicht bij de rand (te scherp) opgezet,
of er is te weinig effect gegeven, of de bal is te lang vastgehouden. Dit is als volgt te corrigeren:
 
1. De bal iets verder van de rand (breder) opzetten.
2. Meer effect geven.
3. De bal iets verdraaien, waardoor het zwaartepunt van de bal wordt veranderd.
4. De bal bij het aangenomen opzetpunt loslaten.
 
Deze correcties dienen niet ineens te gebeuren, maar moeten geleidelijk aan worden uitgevoerd.

Alleen door veel te oefenen, vindt men zijn eigen stand en houding en krijgt men de controle over de worpen
die men doet.Om goede resultaten te bereiken is het niet gewenst om uren achter elkaar te oefenen,
maar het is wel  noodzakelijk dat er intensief en met concentratie wordt geoefend.

Is men linkshandig, dan spreekt het vanzelf dat alle besproken handelingen, tegenovergesteld moeten
worden gedaan.

Het zal eenieder duidelijk zijn, dat het kegelen niet in een paar weken te leren is.
Het lijkt zo gemakkelijk, maar bij het doen blijkt al snel dat om prestaties te leveren geduld en veel oefenen
de belangrijkste punten zijn.

Het vasthouden van de bal

Het op de juiste wijze vasthouden van de kegelbal is veel belangrijker dan menigeen wel denkt. Dit is immers
het begin van de handeling het gooien. Voordat we de bal oppakken, moeten we er voor zorgen dat onze hand
goed droog is, zodat de vingers onderling en ten opzichte van de bal niet gaan kleven of glijden.
Het goed vasthouden vergt anders te veel inspanning of is onmogelijk met als gevolg dat de bal
verkeerd gaat rollen of helemaal uit de hand valt.We plaatsen de duim gestrekt in het daarvoor aangebrachte
gat en houden de vingers stijf tegen elkaar gedrukt er onder. Op deze wijze maken we een soort schepje om
de bal goed vast te houden Het spreiden van de vingers achter de bal bij het vasthouden wat we vaak zien doen,
levert bij het loslaten het gevaar op dat n der vingers (de pink is wat dit betreft de gevaarlijkste) net iets meer
drukt dan de overige, wat de bal aan het begin iets meer effect geeft, en natuurlijk groter wordt naarmate de bal
 

verder rolt. Dus duim tot en met het eerste lid in het gat en overige vingers aaneengesloten er onder.
Bij dit alles moeten we er voor zorgen dat het op de bal aangebrachte streepje, dat vanuit het gat op de bal is
aangebracht, recht voor de duim zit. Plaatsen we bij dit streepje nu het getal 12 zoals op de klok,
dat we kunnen we van hieruit de bal gaan draaien.

Voorbeeld:

Hebben we een bal goed opgezet en afgegooid en loopt hij naar het midden van de baan, dan zetten we
het streepje op b.v. vijf of tien minuten voor twaalf en proberen het opnieuw, net zo lang tot we de juiste
stand hebben gevonden.Hetzelfde kunnen we ook doen voor een bal die te veel naar links rolt door het

streepje op vijf of tien over twaalf te stellen.

Kegelen is een sport

Kegelen is een sport voor iedereen, voor mannen en vrouwen, van jong tot oud.
Aanvankelijk was het vooral een gezelligheidssport, maar in de loop der jaren is het wedstrijdelement steeds
belangrijker geworden.
Kegelen wordt nog altijd recreatief beoefend, maar zonder wedstrijden is de sport niet meer denkbaar.
Kegelen gebeurt zowel individueel als in teamverband.
 
Twee dingen zijn belangrijk bij het kegelen:
de techniek en concentratie.
Voor de techniek zijn regels te geven, die iedereen kan aanleren.
Het doel is om op een baan van 20 meter lang en 30 centimer breed met n worp negen kegels om te werpen.
Wie goede resultaten wil halen, moet zich bij elke worp volop concentreren.
Een eenmaal geworpen bal valt immers niet meer bij te sturen.